Zomaar een zondag op het Zernike. Luid gebral klinkt over de veldrn. De scheids blaast op zijn fluit, het einde van de wedstrijd. Na een zware wedstrijd, moe maar voldaan, bekruipt eenieder een heerlijk gevoel. Een gevoel dat mede wordt veroorzaakt door de grote hoeveelheid endorfines die als gevolg van de krachtsinspanning en de emotionele ontladingen is vrijgekomen.
Het massale welbehagen wordt echter langzaam verdrongen door een
ander, veel reflexmatiger gevoel, dat zijn krachtige oerwortels diep in de menselijke psyche heeft begraven. Het is uiteindelijk hun pure, tot een soort knagende onrust leidende, instinct dat de hockeyers als in een trance in een bepaalde richting drijft. Hoewel de meeste hockeyers geen betekenis aan hun gedrag kunnen geven, laten zij zich gewillig leiden door deze wekelijks
terugkerende drang, ondertussen moeizame slik- en kauwbewegingen makend.
Aan het einde van hun korte maar barre tocht bereiken de uitgedroogde en verzwakte hockeyers een simpele, maar grote, hut. Hier worden ze liefdevol opgevangen door enkele barmhartige zielen, wier enig doel het laven van de dorstigen en het spijzen van de hongerigen is. Terwijl de oplichtende gloed van een tot de rand gevulde koelkast de hoofden van deze breedgeschouderde Samaritanen als een aureool omschijnt, voelen de mensen dat zij hun lotsbestemming hebben gevonden. Met rauwe keelgeluiden smeken zij de goedhartige mannen om drank en spijs, waaraan begripvol gehoor wordt gegeven. Koel goudgeel gerstenat uit beslagen glazen, smakelijk gekruide aardappelschijfjes en overheerlijke sandwiches verdwijnen gulzig in de kelen van de uitzinnige massa. Wanneer het volk enkele uren later verzadigd grommend huiswaarts is
gekeerd, rest slechts nog een onafzienbaar slagveld van gemorste kruimels en meedogenloos geleegde glazen, gedeeltelijk aan het oog onttrokken door verstikkende kruitdampen van langzaam optrekkende sigarettenrook.
Alle overblijfselen worden geduldig door de zieleherders opgeruimd, totdat ook zij hun eenvoudige onderkomens kunnen opzoeken. Het onderschatte maar o zo belangrijke werk van HORECA is weer ten einde....
Kortom, na de wedstrijden blijft het nog lang gezellig. De GCHC bar
commissie oftewel HORECA zorgt voor de natjes en droogjes na afloop
van elke wedstrijd en is daardoor waarschijnlijk van groot belang
voor de psychische welstand van de hockeyers. Tegen een zeer
schappelijke prijs kan iedere GCHC'er genieten van bier, tosti's en
chips!!! |